Managing21

Een weblog rond marketing en economie

Monday, May 02, 2011

Rusland volgend jaar naar armoedegraad van 10 procent

Rusland is er dankzij sociale investeringen het voorbije jaar de armoedegraad terug te dringen, hoewel in de aanloop naar de presidentiële verkiezingen van volgend jaar een bijkomende inflatie-druk mag worden verwacht. Dat blijkt uit een rapport van de Wereldbank. De Russische president Vladimir Poetin kondigde eind vorig jaar aan dat er geen plannen zijn om de sociale bestedingen af te bouwen. De pensioenen zullen daarentegen met 10,3 procent worden opgedreven. Daarvoor is een budget van 20 miljard roebel gereserveerd.

De Russische regering heeft het voorbije jaar onder meer de pensioenen verhoogd en heeft ook in de openbare sector hogere salarissen doorgevoerd, terwijl de uitkeringen voor werkloosheid eveneens werden opgedreven. Dat heeft ervoor gezorgd dat nog 12,7 procent van de Russische bevolking onder de armoedegrens blijft, tegenover 13,2 procent het jaar voordien. De Russische armoedegrens ligt op een maandinkomen van 5.902 roebel per maand. Dat komt overeen met een bedrag van 208 dollar.

De Wereldbank verwacht dat de Russische armoedegraad dit jaar nog verder zal afnemen tot 11,2 procent, terwijl volgend jaar een cijfer van 10 procent zou kunnen worden gerealiseerd. Er wordt wel aan toegevoegd dat de inflatie op korte termijn het belangrijkste probleem van de Russische economie blijft. Rusland kende vorig jaar een inflatie van 8,8 procent, maar dat zou dit jaar terugvallen tot een niveau tussen 6 procent en 7 procent. Opgemerkt wordt dat de inflatie vooral een grote druk uitoefent op de reële inkomens van de lagere inkomens.

Sinds de zomer van vorig jaar zijn de voedselprijzen in Rusland, grotendeels door de grote droogte tijdens de maanden juli en augustus, met 17,5 procent gestegen. Daardoor is de voedselconsumptie van de Russische gezinnen met 5 procent gedaald.

Labels: , ,

Thursday, March 24, 2011

Wereldbank start online platform rond verstedelijking

Begin juli lanceert de Wereldbank het online Urbanization Knowledge Platform. Dat nieuwe platform moet een aantal belanghebbenden - zoals beleidsmakers, academici, de Wereldbank en andere groepen - samen brengen om ideeën uit te wisselen rond de groeiende omvang en belangrijkheid van steden in de wereld. De Wereldbank werkt voor het nieuwe initiatief samen met het Penn Institute for Urban Research van de University of Pennsylvania.

Het Urbanization Knowledge Platform wil met online communicaties een snelle uitwisseling van informatie over urbanistische thema's mogelijk te maken en elementen aan te brengen om een aantal beleidsvragen te helpen oplossen. Daarbij zullen een aantal centrale thema's worden gehanteerd, waarbij vooral aandacht zal worden besteed aan economische ontwikkeling, sociale inclusie en mobiliteit, duurzaamheid en bestuur. De initiatiefnemers merken immers op dat de verstedelijking in de toekomst een steeds belangrijker thema zal worden.

Tegen het midden van de eeuw zal 70 procent van de wereldbevolking in stedelijke agglomeraties wonen. Edward Glaeser, professor urbanistisch economie aan de Harvard University, wijst er daarbij op dat steden de beste plaatsen zijn om te wonen. "Steden zijn gezond, gelukkig, intelligent, duurzaam en rijk," merkt hij op. "Steden zijn agglomeraties die creativiteit en ondernemingszin stimuleren en het geheel daadwerkelijk beter maakt dan de onderdelen. Steden creëren ook geen arme mensen, maar trekken arme mensen aan op zoek naar betere mogelijkheden."

Labels: ,

Thursday, October 28, 2010

Kosten natuurverlies moet in beleid worden verrekend

De Wereldbank heeft een wereldwijd partnership gelanceerd om landen te helpen de kosten van het natuurverlies in hun budgetten op te vangen. Robert Zoellich, voorzitter van de Wereldbank, merkt daarbij op dat natuurverlies gedeeltelijk te wijten is omdat de regeringen de waarde van het leefmilieu niet in rekening brengen. Hij voegt er aan toe dat het menselijk welzijn nochtans afhangt van ecosystemen en biodiversiteit, maar er moet vastgesteld worden dat die in een alarmerend snel tempo degraderen. Armoede kan volgens Zoellich alleen efficiënt worden bestreden wanneer ook de waarde van de ecosystemen in rekening worden gebracht. Het project start met een pilootfase in India en Colombia. In een volgende fase wordt ook Mexico ingeschakeld.

"Eén van de oorzaken van het natuurverlies, is het onvermogen om de waarde van de ecosystemen en hun dienstbaarheid aan de mensheid correct in te schatten," merkt Zoellich op. "Daarom is het absoluut noodzakelijk dat landen in hun beleid de waarde van die ecosystemen volledig in rekening brengen." Erik Solheim, minister van leefmilieu van Noorwegen, voegt er aan toe dat een dergelijke herwaardering van de natuur het bedrijfsleven zou verplichten om zijn praktijken te veranderen. Solheim merkt daarbij op dat er moet afgestapt worden van een systeem waarbij de baten van de natuur naar de privésector gaan, terwijl de kosten gedragen worden door de maatschappij.

"Partijen die voordelen halen uit het vernietigen van de natuur, moeten ook de volledige kosten van de negatieve impact op de ecosystemen dragen," benadrukt Solheim. Het nieuwe project gaat uit van de vaststellingen van het project The Economics of Ecosystems and Biodiversity (Teeb) en moet regeringen helpen om die principes in een beleid om te zetten. Daarbij wordt opgemerkt dat de degradatie van de natuur de wereldwijde economie jaarlijks 2 triljoen dollar tot 5 triljoen dollar kost. Er werd echter aan toegevoegd dat het belang van die ecosystemen door de beleidsmakers grotendeels wordt genegeerd omdat de waarde ervan onzichtbaar is.

Labels: , , ,