Managing21

Een weblog rond marketing en economie

Thursday, January 27, 2011

Laatste Arabische dorp Israël wordt vakantiecentrum

Israëlische en Palestijnse belangengroepen protesteren tegen de bouw van meer dan tweehonderd luxeverblijven en een klein hotel in het Arabische dorp Lifta in de buurt van Jeruzalem. Er wordt opgemerkt dat met het project het laatste typische Arabische dorp uit de regio verdwijnt. Het dorp werd tot op het einde van de jaren veertig bewoond, tot de Palestijnse bevolking wegtrok. De Israel Land Administration heeft nu een openbare aanbesteding gelanceerd om het oude dorp om te vormen tot een vakantieverblijf.

"De ontwikkelaars hebben beloofd om de oude huizen te bewaren en zorgvuldig te reconstrueren," merkt de Israëlische krant Haaretz op. "Er zou naar gestreefd worden om de huizen om te vormen tot restaurants en galerijen. Architect Gabriel Kertesz, die de nieuwe ontwikkeling van Lifta heeft uitgetekend, zegt dat de nieuwe bestemming de ideale oplossing is voor Lifta. Indien er niets zou zijn gebeurd, zou het dorp volgens Kertesz gedoemd zijn om te verdwijnen."

De Palestijnen gaven op het einde van de jaren veertig honderden dorpen op. Lifta is echter het enige dorp dat niet werd vernield of door Israëlische inwoners werd overgenomen, zoals dat met Ein Karem en Ein Hod is gebeurd. Palestijnen zien in Lifta dan ook een symbool van hun maatschappij voor de Israëlische onafhankelijkheidsoorlog. Nadat het dorp was verlaten, werden de daken van de woningen vernield om te beletten dat er zich nieuwe inwoners zouden vestigen. Lifta was lange tijd wel een toevluchtsoord voor daklozen.

Labels: , ,

Sunday, December 19, 2010

Israëlische hightech-bedrijven met Palestijnse outsourcing

Een aantal Israëlische hightech-bedrijven heeft beslist om werk uit te besteden aan een aantal Palestijnse onderaannemers. De betrokken chief executives merken op daarmee een bijdrage te willen leveren aan het bevorderen van de vrede in één van de meest problematische gebieden in de wereld. Er wordt echter ook toegegeven dat het inhuren van Palestijnse onderaannemers vooral bedrijfsmatig een voordeel oplevert. Daarbij wordt opgemerkt dat een Palestijnse technicus ongeveer 4.000 dollar per maand kost. Dat is de helft minder dan een outsourcing bij een Israëlische leverancier. Indiase en Chinese medewerkers zijn nog goedkoper, maar Palestijnen zijn volgens velen meer loyaal aan hun opdrachtgever.

"De Israëlische hightech-industrie is bijzonder belangrijk," merkt het persbureau Associated Press op. "Israël kent per inwoner het meeste startups van de wereld en heeft een aantal cruciale innovatieve doorbraken op zijn naam gebracht, zoals instant messaging en internet-telefonie. Vele Israëlische hightech-bedrijven besteden ook opdrachten uit naar Oost-Europa, India en China. De voorbije drie jaar hebben een aantal bedrijven hun aandacht echter gericht op Palestijnse technici en programmeurs. Palestijnen zijn immers goedkoper en ambitieus en werken in dezelfde tijdszone. Bovendien blijkt de mentaliteit van Israëlische en Palestijnse werknemers ook verbazend verwant te zijn."

Gai Anbar, chief executive van de Israëlische startup Comply, zegt in het verleden met technici uit India en Oost-Europa gewerkt te hebben, maar dat leverde volgens hem communicatieproblemen op. Bij het oprichten van Comply drie jaar geleden koos hij daarom voor Palestijnse medewerkers. Ala Alaeddin, voorzitter van de Palestinian Information Technology Association, geeft aan dat ook de Palestijnse bedrijven geïnteresseerd zijn om met Israëlische ondernemingen samen te werken. Murab Tahboub, chief executive van het Palestijnse outsourcing-bedrijf Asal Technologies, stelt dat de Palestijnse bedrijven door de samenwerking een mogelijkheid zien om hun vaardigheden te tonen.

Labels: , , ,