Managing21

Een weblog rond marketing en economie

Sunday, October 09, 2011

Mobiele gegevens ideaal voor opsporen populaties tijdens rampen

De lokalisering van mobiele telefoons kan worden gebruikt om de verplaatsing van bevolkingsgroepen bij grote rampen of epidemies op te volgen. Dat is de conclusie van een onderzoek aan het Karolinska Institute aan de hand van gegevens van de aardbeving in januari vorig jaar in Haïti. De Zweedse onderzoekers voegen er aan toe dat rapporten over de locatie van deze bevolkingsgroepen al amper enkele uren na het verzamelen van de gegevens ter beschikking kunnen worden gesteld.

"De beweging van bevolkingsgroepen na rampen maakt het moeilijk om de essentiële assistentie te organiseren en ervoor te zorgen dat de hulpverlening op de juiste plaats en in de geschikte hoeveelheid wordt georganiseerd," aldus het webmagazine Science Daily. "De Zweedse onderzoeker Linus Bengtsson heeft echter vastgesteld dat aan de hand van de positionering van mobiele gegevens de omvang en de trends van deze volksbewegingen goed kunnen worden ingeschat."

Er wordt aan toegevoegd dat aan de hand van de gegevens van mobiele telefoons op minder dan twaalf uur ramingen kunnen worden opgesteld over de patronen van deze verplaatsingen. "Dat laat onder meer toe om na de uitbraak van onder meer een epidemie een quasi realtime-opvolging te realiseren van de verplaatsingen van de bevolking," merkt Bengtsson op. "Dat moet kunnen leiden tot een belangrijke verbetering in de toewijzing van de beschikbare hulpmiddelen."

Wel wordt opgemerkt dat deze methode niet in alle omstandigheden kan worden toegepast, aangezien bij rampen mogelijk ook de mobiele telefooninfrastructuur kan worden vernield en sommige gebieden slechts een beperkte dekking hebben. Bovendien is het gebruik van mobiele telefoon in bepaalde bevolkingscategorieën, zoals kinderen en ouderen, relatief beperkt.

Labels: , ,

Wednesday, October 05, 2011

Kleine hulpprojecten leveren vertrouwen lokale bevolking op

In hun poging om in Irak en Afghanistan een grotere stabiliteit te creëren, hebben de Verenigde Staten zich de voorbije periode meer gericht op een samenwerking met de lokale bevolking in plaats van militaire acties uit te voeren tegen rebellen. Die aanpak levert volgens Amerikaanse wetenschappers van de universiteiten van Californië, Princeton en Stanford ook betere resultaten op dan gewapende acties. Dat blijkt uit een analyse van het Amerikaanse Commander's Emergency Response Program (Cerp) in Irak.

Het Cerp-programma stimuleert Amerikaanse militairen om budgetten voor de reconstructie van Irak in te zetten voor kleine, lokale projecten zoals het boren van waterbronnen of het verharden van lokale wegen. Gehoopt wordt dat die hulpverlening de lokale bevolking zal aanmoedigen om zich van de rebellen af te keren en samen te werken met de regering. Door het gebrek aan steun zou het voor de rebellen moeilijker moeten worden om hun operaties nog langer verder te zetten, aangezien ze bijzonder kwetsbaar worden indien ze niet op de zwijgzaamheid van de bevolking kunnen rekenen.

Inmiddels is er in Irak ongeveer 3 miljard dollar geïnvesteerd in Cerp-projecten. Volgens de onderzoekers is gebleken dat het aantal aanvallen op Amerikaanse militairen in gebieden met de Cerp-projecten gevoelig is gedaald. Er wordt echter opgemerkt dat de Cerp-projecten slechts een klein gedeelte van de wederopbouw-inspanningen vertegenwoordigen. Grotere projecten die minder op de lokale gemeenschappen zijn gericht, leiden volgens de onderzoekers niet tot een daling in de activiteiten van rebellen.

Labels: , ,